Het lichaam spreekt

Bewust gedrag: aanraking en non-verbale communicatie in de coachrelatie

Introductie

Ben jij je als coach bewust van je lichaamssignalen? Heb jij in de gaten wat jouw lichaam jou te vertellen heeft? Weet je wat je uitstraalt naar anderen?

In het Tijdschrift voor Coaching publiceerde ik in juni 2025 onder de titel “Het lichaam spreekt” een artikel over “aanraking in de coachrelatie”.

Onderstaand vind je de volledige tekst van mijn artikel. Klik hier als je het artikel liever als PDF wil ontvangen

  • Wil jij leren om jezelf meer bewust te zijn van jouw non-verbale gedrag, én/of jouw coachees hier bewust van te maken? Wellicht is een compacte individuele training “het lichaam vertelt” dan interessant voor jou. Neem vrijblijvend contact op!
  • Tevens verzorg ik regelmatig workshops voor groepen coaches die geïnteresseerd zijn in lichaamsgericht werken tijdens coaching. Ik schreef hier een uitgebreid artikel over (gepubliceerd in het ‘handboek voor coaching’ van Life University).
    Geïnteresseerd?
    Stuur dan een berichtje via het contactformulier of bel mij op 0650 975 008.

Aanraking in de coachrelatie: een gevoelige kwestie

Het lichaam spreekt 

In elke persoonlijke relatie speelt de lichamelijke beleving een belangrijke rol. 
Op basis van uiterlijk denken we iets te weten over wie de ander is. Op basis van fysieke reacties (van blozen tot lichaamshouding tot een traan, van oogcontact tot wegkijken) interpreteren we emoties. Op basis van gedrag kennen we waarde toe aan de relatie. Zo herkent iedereen hoe een begroeting (een hand, een hug, drie zoenen, een blik van herkenning …) gevoelsmatig betekenis kan geven aan de onderlinge verhouding.

Kortom, wij presenteren ons allen fysiek aan onze omgeving via houding, uitstraling en motoriek. Wij communiceren wederzijds via lichamelijke signalen: we geven (bewust én onbewust) betekenis aan andermans signalen en zetten onze eigen lichaamstaal in in de relatie.

Lichaamstaal in de coachrelatie 

In de coachrelatie speelt lichaamstaal een subtiele maar cruciale rol. 
Waar het gaat om ‘observatie en interpretatie’ van uiterlijk en gedrag liggen er zowel kansen als valkuilen. Het goed observeren en benoemen van lichaamstaal geeft de waardevolle kans om te raken aan de dingen die niet gezegd worden; tegelijkertijd vergt het ervaring, training en veel zelfreflectie van de coach om daarbij niet in de valkuil van vooroordelen, projecties en reflexen te trappen.

Hetzelfde geldt voor de lichaamstaal van de coach zelf. Ben je je bewust van je eigen lichaamstaal, van verbazing tot nieuwsgierigheid en van empathie tot irritatie? Wanneer kies je ervoor om juist wel of niet je eigen emotie te laten zien, en vooral: ben je in staat om dit bij jezelf te herkennen?

Een specifiek en onderschat aspect van lichaamstaal in de coachrelatie is de fysieke aanraking. Ook hier geldt: het kan een kracht zijn, maar kent ook zeker risico’s.  
De media herinneren ons er regelmatig aan hoe grenzen op dit vlak worden overschreden. Dat willen we als coaches natuurlijk koste wat het kost voorkomen! Daarom de vraag: Hoe bewust ben jij van wat aanraking in jouw praktijk teweeg kan brengen? En hoe zorg je ervoor dat aanraking binnen een coachrelatie altijd ondersteunend en respectvol blijft? 

Aanraking: een kwestie van vertrouwen 

Aanraking is een fundamenteel onderdeel van de menselijke ervaring. Van jongs af aan biedt fysiek contact ons veiligheid, geborgenheid, verbinding en troost. De wetenschap laat zien dat aanraking de aanmaak van oxytocine bevordert; het ‘gelukshormoon’ dat gevoelens van verbondenheid en empathie versterkt.

Ondanks de positieve effecten van aanraken zijn er echter ook risico’s. De interpretatie van aanraking is persoonlijk; wat voor de één een geruststellend of ondersteunend gebaar is, kan door de ander als bedreigend worden ervaren.

Als lichaamsgericht psychotherapeut heb ik veelvuldig ondervonden hoe diep en langdurig de impact kan zijn van ongewenste aanraking, zoals het te veel en te vaak aanspannen van spieren of het bovenmatig schrikken bij een onverwachte aanraking. Overigens is ook het effect van niet aangeraakt worden groot. Word je als kind niet aangeraakt of geknuffeld dan geeft dit een onveilig gevoel en een lager zelfvertrouwen. Ook als volwassene blijft fysiek contact belangrijk; niet voor niets ontstond tijdens de Corona-periode de term “huidhonger”.

Aanraking in de coachrelatie

In een coachrelatie vraagt dit om zorgvuldigheid en bewuste keuzes door de coach.

Als coach dien je primair een veilige omgeving te bieden, en moet je je altijd beseffen dat een aanraking (onbedoeld) ongepast of ongemakkelijk kan zijn voor de coachee. Daarnaast wil je als coach de optimale empathie bieden, maar met behoud van professionele distantie. Het is dus essentieel om steeds bewust om te gaan met aanraking – niet alleen vanuit je eigen intenties, maar juist ook vanuit de mogelijke interpretaties door de coachee.

Daarbij maak ik onderscheid tussen (1) aanraking als ervaring binnen de persoonlijke relatie, en (2) het inzetten van aanraking als instrument (methode) binnen de coachrelatie.

  • Aanraking in de persoonlijke (professionele!) relatie tussen coach en coachee  

In mijn praktijk beperk ik de fysieke aanraking. Waar je in vele relaties zelf het verschil denkt te kunnen maken tussen de persoonlijke en de professionele dimensie, is het een gegeven dat deze dimensies in de relatie tussen coach en coachee overlappen, en beiden daar hun eigen betekenis aan geven.

Praktisch: Bij binnenkomst en vertrek schud ik coachees de hand, tenzij de coachee aangeeft dit niet te willen. Een enkele keer leg ik kort een hand om iemands arm, maar alleen wanneer ik de coachee al langer ken, zeker weet dat dit gebaar als ondersteunend ervaren wordt en nooit onverwacht.

Daarbij bewaak ik ook mijn eigen grenzen. Als voorbeeld noem ik de situatie waarin mijn coachee aan het eind van een intensieve sessie zegt dat het zo’n fijne sessie was en dat dat zij me graag een knuffel wil geven. Ik geef aan dat ik het waardeer dat zij dit uitspreekt en dat ík het prettig vind om het bij een hand te houden. Hierbij blijf ik vooral goed oogcontact met haar houden om de verbinding te bevestigen én omdat ik weet dat ook oogcontact de aanmaak van oxytocine kan bevorderen. De keer erna vraag ik haar hoe zij dit ervaren heeft. Zij vertelde me dat zij heel even moest slikken en het daarna goed vond zo. “De sessie was mooi en het afscheid was ook zonder knuffel goed”. En, voegde zij eraan toe: ”het was een mooi voorbeeld van grenzen aangeven in contact met de ander”.

  • Aanraking als instrument bij lichaamsgerichte coaching.

Het werken met dat wat ons lichaam onszelf te vertellen heeft én wat we in lichaamstaal uitspreken naar anderen, biedt voor de coachee veel inzicht. Daarom maak ik, vanuit mijn ervaring als lichaamsgericht psychotherapeut, in mijn coachpraktijk geregeld gebruikt van lichaamswerkoefeningen. Hierbij kan aanraking nodig zijn. Om deze interacties respectvol en professioneel te houden, hanteer ik de volgende richtlijnen:

  • Ik vraag expliciet omtoestemming: Ik leg uit wat we gaan doen en vraag altijd of een aanraking akkoord is
  • Ik handeldoelgericht: Elke aanraking heeft een specifiek doel, en ik communiceer deze helder naar de coachee.
  • Ik respecteer grenzen: Als ik merk dat iemand zich ongemakkelijk voelt (door een versnelde of verhoogde ademhaling, wiebelen, uit contact gaan of zeer gespannen raken), pauzeer ik en ga erover in gesprek. Zo nodig passen we de oefening aan of stoppen we.

In mijn training “het lichaam spreekt”, die volledig gericht is op lichaamsgericht werken in coaching, besteed ik veel aandacht aan hoe je oefeningen zorgvuldig aanbiedt, hoe je respectvol omgaat met aanraking en dat je altijd toestemming vraagt.

(Aan-)raken met woorden: gezien en gehoord worden.

Het zorgvuldig en daarmee soms terughoudend omgaan met aanraking betekent niet dat je lichaamstaal zou moeten negeren. Integendeel; het is voor een coach relevant om de lichaamstaal van de coachee te zien en te erkennen.

Immers, lichaamstaal heeft een functie en is tijdens een gesprek vaak voor beiden voelbaar. Het negeren van lichaamstaal kan leiden tot een onbevredigend gesprek als daardoor de in de kamer aanwezige emoties onbesproken blijven. Daarmee kan de coachee zich ongehoord, ongezien of onbegrepen voelen.

Voor mij is het dan ook heel belangrijk om goed te observeren en signalen ofwel direct in het gesprek te benoemen en bevragen ofwel indirect in de coachaanpak te verwerken.

Natuurlijk herken ik de menselijke reflex om ook zelf ‘fysiek’ te communiceren. De meest voorkomende situatie is dat ik een coachee fysiek zou willen troosten, door een arm om de schouder of door een omhelzing. Toch doe ik dat niet. Ik heb ervaren dat empathie (zoals troost bieden) ook heel goed kan zonder direct fysiek contact:

“Tijdens een sessie begon Marijn, een coachee, naar aanleiding van zijn verhaal over de afgelopen week plotseling te huilen. Hij was duidelijk overweldigd door verdriet. Ik voelde de behoefte om hem te troosten door een arm om hem heen te slaan, maar ik weet ook dat ik daarin voorzichtig moet zijn. Ik weet immers niet hoe hij het opvat wanneer ik dat doe. In plaats daarvan koos ik nabijheid door woorden: “Ik zie dat je het moeilijk hebt. Het liefst zou ik nu arm om je heen slaan, maar dat past niet in onze relatie”.
Deze verbale erkenning van de behoefte aan troost bleek een vergelijkbaar effect te hebben als daadwerkelijke fysieke aanraking. Het bood empathie en begrip, zonder de grenzen van professioneel contact te overschrijden. Daarnaast bood het hem ruimte om de volgende sessie weer vanuit de juiste verhoudingen in te gaan – zonder dat ik daarnaast impliciet ook de rol van troostende moeder of vriendin op mijn schouders had.”

Internationale ethische code

Hoe een aanraking ervaren wordt is niet alleen een kwestie van persoonlijke grenzen; ook cultuur speelt een grote rol. Wat in de ene cultuur normaal is, kan in een andere als ongepast worden ervaren. Dit maakt het des te belangrijker om je eigen aannames ter discussie te stellen en open te communiceren.

Zo is het ook terug te vinden in de Internationale Ethische Code:

  • Bij de uitgangspunten staat: “de coachee weet uiteindelijk zelf het beste wat goed voor hem is en kan, zowel in zijn privé als in zijn professioneel bestaan, op basis van eigen afwegingen, zelf beslissen wat hij wél of niet wil. Dat betekent dat de coach recht doet aan (en zich verdiept in) het perspectief van de coachee.
  • Bij het thema ‘ongepaste reacties’ staat vermeld: “onze leden zijn verantwoordelijk voor het stellen en bewaken van duidelijke, passende en cultureel sensitieve grenzen betreffende al hun fysieke en virtuele interacties met cliënten of opdrachtgevers”. Dat raakt niet alleen aan de grenzen van de coachee, maar juist ook aan het bewust kiezen van grenzen door de coach.

Stilstaan bij bewust handelen

Het is voor een coach essentieel om regelmatig stil te staan bij je eigen visie en praktijk, óók rondom een thema als aanraking. Overweeg bijvoorbeeld om zelf, of in de context van intervisie of supervisie, te reflecteren over de volgende vragen:

  • Welke ervaringen heb jij met aanraking in de coachcontext?
  • Welke richtlijnen hanteer jij in jouw rol als coach bij het werken met aanraking?
  • Ben je je bewust van je eigen gevoelens en overtuigingen over aanraken en hoe deze van invloed kunnen zijn op je professionele handelen?
  • Hoe ga je om met culturele verschillen in de perceptie van aanraking?
  • Welke ethische overwegingen spelen voor jou een rol bij (het hanteren van) aanraking in de coaching?
  • Hoe comfortabel voel je je om zichtbare emoties van de coachee (lichaamstaal) in woorden om te zetten?
  • Kan je je eigen emoties en interpretaties constructief benoemen in plaats van fysiek uiten?

Conclusie

Lichaamstaal is cruciaal in elke relatie. Daarmee is lichaamstaal ook (wederzijds) van belang in de relatie tussen coach en coachee. Soms kan lichaamstaal in woorden worden vertaald, soms nodigt het uit tot aanraking. Daarnaast kan aanraking een hulpmiddel zijn in (lichaamsgerichte) coaching.

Aanraking vraagt van de coach bewustzijn, respect en sensitiviteit. Het is daarbij belangrijk om je te realiseren dat elke cliënt uniek is: wat voor de ene persoon prettig is, is voor de ander ongemakkelijk en soms zelfs schadelijk.

Het zorgvuldig omgaan met lichaamstaal en aanraking vergt dat de professionele verhouding tussen coach en coachee en de achterliggende coachvraag centraal staat en blijft staan. Immers, als coach streef je naar de optimale ontwikkeling en groei van de coachee, en niet naar de meest persoonlijke relatie of de populariteitsprijs.

Om jezelf hierin als coach te ontwikkelen en een veilige ruimte te creëren waarin jouw coachee optimaal kan groeien, is het van belang om te reflecteren op je eigen waarden en gedrag. Intervisie en supervisie kan daaraan een goede bijdrage leveren.

Geef een reactie